Interview Milou van Ingen Physican assistent #1

23-08-2020

PlatformCHD heeft een interview gehouden met Milou van Ingen, Physical Assistent in het Radboudumc. Aan de hand van 5  vragen leren we Milou kennen en hoe zij bezig is met de zorg voor CHD. Milou heeft prof. dr. Willem de Boode van het Radboudumc voorgedragen voor het volgende interview.

 

  1. Wie ben je?

Mijn naam is Milou van Ingen, 31 jaar en woon ik samen met mijn partner in Nijmegen. Op dit moment hebben wij nog geen kinderen, maar de wens in de toekomst bestaat zeker. Mijn vrije tijd spendeer ik overwegend met mijn Afrikaanse ‘Project NICU’. Dit is een Neonatale Intensive Care Unit (NICU) die ik samen met mijn bestuursgenoten van Stichting Vrienden Sengerema Hospital en de lokale bevolking heb opgezet in het Oost-Afrikaanse Tanzania. Hiervoor ben ik veelal bezig met fondsenwerving, scholingsprogramma’s en public relations (www.stichtingvsh.nl). Daarnaast ben ik een echte reiziger die graag ieder uithoekje van de wereld ontdekt, een sportieveling die altijd bezig is én drink ik met plezier een latte op het terras met vrienden.

  1. Wat is je achtergrond?

Van origine ben ik opgeleid tot verpleegkundige. Eerst heb ik mij laten opleiden tot NICU-verpleegkundige, en aan het einde van deze opleiding ben ik aangenomen voor de vervolgopleiding Master Physician Assistant (PA). Dit is een medische vervolgopleiding, waarbij je op een zelfstandige en structurele wijze medische taken overneemt van een geneeskundig specialist. In de praktijk betekent dit dat ik als zaalarts op de NICU van het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis werk.

Het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis is één van de twee academische ziekenhuizen die zorg biedt aan kinderen met een CHD. In de praktijk betekent dit dat we eigenlijk altijd wel patiënten met een CHD hebben liggen op onze NICU.

Als de patiënten stabiel genoeg zijn, gaan ze naar onze gespecialiseerde kinderafdeling. Als PA draag ik structureel zorg voor patiënten met CHD. Van geboorte tot overplaatsing naar de kinderafdeling ben ik betrokken bij het zorgproces op de NICU. Ik verleen overwegend medische zorg, waarbij ik medische handelingen verricht en dagelijks artsenvisite loop met de neonatoloog.

  1. Wat vind je complex of uitdagend aan de zorg voor CHD?

Patiënten met een CHD kennen een heel wisselend klinisch beloop. Al tijdens de zwangerschap kan er een inschatting gedaan worden over de ernst van de CHD. De praktijk leert dat dit niet altijd betekent dat we het klinische beloop volledig kunnen schetsen. Het uitdagende aan zorgen voor een CHD patiënt, vind ik het initiële instabiele beloop en het kunnen stabiliseren in deze eerste moeilijke fase. Daarnaast vind ik het begeleiden van ouders een positieve uitdaging. Een kind met een CHD gaat per definitie gepaard met zorgen. Ik vind het belangrijk ouders op een positieve maar reële manier te begeleiden tijdens de opname van hun kind.  

  1. Hoe kijk je aan tegen de betrokkenheid van ouders in de zorg voor CHD?

De meeste ouders weten tijdens de zwangerschap al dat ze een kindje met een CHD verwachten. Mijn ervaring is dat er heel veel op ouders afkomt tijdens de eerste, acute fase na de geboorte. Ouders groeien steeds meer mee in de zorg voor hun kindje naarmate de opname langer duurt en de operatie achter de rug is. Wij proberen ouders maximaal te betrekken bij de zorg van hun kind. Meestal begint dit met kleine handelingen zoals het schoonmaken van het mondje met een gaasje. Naarmate de opname vordert, worden ouders steeds meer zelfstandig, en groeit vaak het vertrouwen in hun kindje. Ouders worden expert op het gebied van hun eigen kind. Het lotgenotencontact wordt als zeer bijdragend ervaren door veel ouders. Horen en gehoord worden. Als zorgverlener moedig ik lotgenotencontact aan, en verwijs door naar het PlatformCHD.  

  1. Wat zou je graag willen bereiken m.b.t. de zorg voor CHD?

Ik denk dat er in de toekomst nog veel perspectief is om CHD zorg te optimaliseren. De FETO (Foetoscopische Endoluminele Tracheale Occlusie) behandeling gaat uitgevoerd worden in het Radboudumc te Nijmegen. Dit betekent dat zwangeren niet meer naar Leuven (België) moeten voor de behandeling, en het gehele zorgtraject in één centrum plaatsvindt. Daarnaast bestaat de wens dat counseling tijdens de zwangerschap in het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam en Radboudumc Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen zo uniform mogelijk verloopt. Inherent daaraan hoop ik op (nog) makkelijkere, toegankelijkere, relevante en gepersonaliseerde informatie voor elke fase van het opnametraject voor ouders. Ook zal in de toekomst nog meer onderzoek verricht gaan worden naar de longvaten en bloedsomloop.